Spring naar inhoud

Onderzoek naar de invoering van de ID-Wallet

Context

De digitalisering van overheidsdienstverlening ontwikkelt zich in hoog tempo. Nieuwe ontwikkelingen zoals de ID-Wallet, maken het mogelijk om gegevens slimmer, veiliger en efficiënter te delen. Met een ID-wallet kunnen inwoners digitale gegevens, zoals inkomensinformatie, diploma’s en adresgegevens, veilig, gecontroleerd en selectief delen. Dit kan leiden tot: minder administratieve lasten, meer regie voor inwoners, meer efficiëntie en proactieve dienstverlening. De ID-wallet biedt dus een belangrijke kans om digitale dienstverlening van de overheid fundamenteel te verbeteren. 

Maar deze belofte wordt alleen waargemaakt als de toepassing veilig, begrijpelijk en inclusief is. Van inwoners wordt steeds vaker verwacht dat zij digitale processen begrijpen, gegevens aanleveren en zelfstandig hun weg vinden in een landschap van loketten, regels en systemen. Ook is het noodzakelijk dat de burger over de toegang en vaardigheden beschikt om deze digitale regie op zich te nemen.

De realiteit is dat we sneller digitaliseren dan mensen kunnen meekomen. Complexe systemen, beperkte vaardigheden en toegang, en toenemende administratieve druk versterken elkaar, met uitsluiting als gevolg. Digitale inclusie is daarmee een noodzakelijke voorwaarde voor succesvolle digitalisering van overheidsdienstverlening. 

Opdracht

De Hanze biedt vanaf september 2026 een leerwerkplaats waar studenten met praktijkpartners werken aan de ontwikkeling van Inclusieve ID-wallets. In deze leerwerkplaats kijken we vanuit het perspectief van digitale inclusie naar de ontwikkeling van de ID-Wallets (vrijwilligheid, eenvoudig/eenduidig, gebruiker centraal, toegankelijkheid en begrijpelijkheid, multi-channel, hulp waar nodig). We onderscheiden praktijkvraagstukken langs drie pijlers en daarbij horende algemene onderzoeksvraag

  • 1)Organisatie & implementatie - Hoe kan de ID-Wallet organisatorisch en strategisch succesvol worden ingevoerd binnen overheid en MKB?)
  • 2)Gebruiker & Interfaces -  Hoe moet de ID-Wallet worden ontworpen zodat deze door zoveel mogelijk inwoners zelfstandig kan worden gebruikt voor overheidsdienstverlening?)
  • 3)Adoptie & ondersteuning - Wat is nodig om vertrouwen, acceptatie en daadwerkelijk gebruik van de ID-Wallet te stimuleren bij inwoners? 

In de leerwerkplaats Inclusieve ID-Wallets staat één casus centraal: aanvraag energietoeslag. Toenemende energieprijzen als gevolg van geo-politieke ontwikkelingen zorgen ervoor dat steeds meer mensen moeite hebben om hun energiekosten te betalen. Het kabinet besloot onlangs om voor deze groep een energietoeslag te bieden zoals ze dat ook deed in de Corona-periode. Mensen moeten de energietoeslag zelf aanvragen. Uit ervaringen met ook andere regelingen voor inkomensondersteuning, weten we dat veel minder mensen deze gebruiken dan waarvoor die is bedoeld. Deels is dat het gevolg van de complexiteit van het (digitale) aanvraagproces. We verwachten dat ID-Wallet een positieve bijdrage kan leveren om het digitale aanvraagproces van energietoeslag inclusiever te maken.

In de leerwerkplaats werken we samen met het Normo, de gemeenten Groningen en Nijmegen, PinkRoccade, Dimpact en Ver.ID. Het Normo is een overheidsorganisatie die energiedata in Nederland veilig en betrouwbaar vastlegt en deelt. De gemeente Nijmegen is in Nederland een voorloper in het gebruik van ID-Wallets. Zij biedt de mogelijkheid om een ID-Wallet te gebruiken voor digitale overheidsdienstverlening. In de proeftuin ID-Wallet werkt ze met verschillende partijen aan uiteenlopende pilots. Zie: https://www.id-wallets.nl.

We zoeken studenten die zich willen gaan richten op onderstaande praktijkvraag binnen Pijler 3 – Adoptie & ondersteuning

3.2 Wat zijn de voor- en nadelen van vrijwillig en verplicht gebruik van de ID-Wallet en welke impact heeft elk voor de inzet van communicatie en geboden hulp en ondersteuning?

De onderzoeksvraag richt zich op de afweging tussen vrijwillig en verplicht gebruik van een ID-Wallet binnen de dienstverlening van de overheid. Daarbij staat centraal welke voordelen en nadelen beide benaderingen hebben voor inwoners, uitvoeringsorganisaties en de effectiviteit van digitale dienstverlening. Vrijwillig gebruik kan bijdragen aan keuzevrijheid, vertrouwen en een geleidelijke adoptie van de technologie. Tegelijkertijd kan dit leiden tot beperkte deelname, waardoor de verwachte efficiëntie- en schaalvoordelen minder snel worden gerealiseerd. Verplicht gebruik kan juist zorgen voor bredere toepassing en meer uniformiteit in processen, maar kan weerstand oproepen bij inwoners die onvoldoende vertrouwen hebben in de technologie of niet beschikken over de benodigde digitale vaardigheden en middelen.

Daarnaast onderzoekt deze vraag welke gevolgen de gekozen invoeringsstrategie heeft voor communicatie, begeleiding en ondersteuning van gebruikers. Bij vrijwillige invoering ligt de nadruk waarschijnlijk op het stimuleren van acceptatie en het overtuigend communiceren van de meerwaarde van de ID-Wallet. Bij verplicht gebruik verschuift de focus meer naar uitleg, ondersteuning en het voorkomen van uitsluiting van inwoners die moeite hebben met digitale dienstverlening. Het onderzoek moet inzicht geven in de maatschappelijke, organisatorische en gebruikersgerichte gevolgen van beide benaderingen en in de randvoorwaarden die nodig zijn om een brede, veilige en inclusieve adoptie van de ID-Wallet te realiseren.

Mogelijke deelvragen of onderzoeksaspecten zijn:

  • Wat zijn de voor- en nadelen van vrijwillig gebruik van een ID-Wallet voor inwoners, overheid en dienstverleners?
  • Wat zijn de voor- en nadelen van verplicht gebruik van een ID-Wallet voor dezelfde partijen?
  • Welke invloed hebben vrijwillige en verplichte invoering op de acceptatie en adoptiesnelheid van de ID-Wallet?
  • Hoe verschillen de effecten van beide benaderingen voor diverse doelgroepen, zoals ouderen, laaggeletterden en inwoners met beperkte digitale vaardigheden?
  • Welke risico’s op digitale uitsluiting ontstaan bij vrijwillig of verplicht gebruik?
  • Welke invloed heeft de invoeringsstrategie op vertrouwen in de overheid en digitale dienstverlening?
  • Welke communicatiestrategieën zijn effectief bij vrijwillige invoering om gebruik te stimuleren?
  • Welke communicatiestrategieën zijn nodig bij verplichte invoering om begrip, acceptatie en naleving te bevorderen
  • Welke vormen van hulp en ondersteuning zijn nodig bij vrijwillig gebruik en welke bij verplicht gebruik?
  • Hoe verandert de vraag naar persoonlijke ondersteuning, loketfuncties en digitale hulpverlening onder beide scenario’s?
  • Welke alternatieve of hybride dienstverleningskanalen blijven nodig om inclusieve dienstverlening te waarborgen?
  • Welke ervaringen en lessen uit andere digitale overheidsvoorzieningen (zoals DigiD of digitale belastingaangiften) zijn relevant voor deze afweging?
  • Welke organisatorische, juridische en maatschappelijke randvoorwaarden bepalen of vrijwillige of verplichte invoering succesvol kan zijn?
  • Hoe kunnen de effecten van beide scenario’s worden gemeten op het gebied van gebruik, tevredenheid, vertrouwen, inclusie en uitvoeringslasten?

Solliciteren op vacature DSH